En dan sta je stil met je klassieke Alfa Romeo…

Afgelopen woensdag was het lekker weer. Erg lekker weer… Reden genoeg om mijn Giulia mee te nemen naar de Nederlandse introductie van de Fiat Punto TwinAir (een verslag volgt na het weekend). De 2-liter Nord heeft er zin in en na de eerste helft van de rit lekker rustig op de rechterbaan van de snelweg te hebben gehangen besluit ik de tweede helft maar eens wat meer van de viercilinder  te vragen. Vrij normaal, deze procedure, want in de 6,5 jaar dat ik het Supertje heb heeft het Italiaantje nog nog nooit een krimp gegeven.

Ook ditmaal gaat het weer uitstekend en met veel gebulder uit de brulpijp verlaat ik bij Kockengen de A2 om al snel aan te komen in Noorden. Een vijftal Punto’s staat keurig opgesteld en na een heerlijke lunch, uitgebreide rit en klein drankje op het terras wordt de Giulia weer tot leven gewekt. Met goedkeurende blikken van wat collega’s verlaat ik het terrein om een minuut of 15 later de snelweg op te draaien. Na wéér een kwartier is de boel netjes op temperatuur en kan er stevig doorgereden worden. Deze keer best gewenst, want het kan zo misschien nog net lukken om voor de drukte op de A12 Bunnik voorbij te komen. Het gaat anders.

Bij Utrecht krijg ik ineens wat donkere spetters op de voorruit van een incontinente vogel, zo denk ik. Ik ben nogal van de metertjes en met dit warme weer houd ik de watertemperatuur en oliedruk altijd goed in de gaten. Niks aan het handje, beide wijzers geven keurige waarden aan. Bij het al druk wordende Bunnik verlaat ik de snelweg om even een flesje fris te halen. Nadat ik twee minuten bezig ben geweest om mijn enigszins vochtige rug (het is zo’n 30 graden) van de zwarte skai-bekleding af te krijgen, loop ik richting shop om nog even vlug om te kijken, een standaard ritueel. Normaal ben ik trots als een pauw, ditmaal schrik ik me dood. Donkere leksporen over de neus, langs de motorkap, op de bumper. Het is dat de druppels mijn voorhoofd toch al in rap neerdaalden, anders was het zweet me nu spontaan uitgebroken. Met knikkende knieën open ik de motorkap om mijn vrees bevestigd te zien worden: de hele boel onder de olie. Daar gaat de vakantie, daar gaan de bestelde onderdelen voor de Fiat 850 coupé, dit gaat serieus geld kosten.

Na een minuut staren begin ik toch sterk te twijfelen. Geen losse kabels, voor zover zichtbaar geen pakkingen die het begeven hebben. De olie bijkt zelfs nog op redelijk niveau. Veel meer kan ik ter plekke niet controleren. Dan de KNAC – ik ben Classic Car-lid – maar bellen. De ANWB wordt op pad gestuurd, maar aangezien ik al veilig bij een pomp sta gaan anderen voor. Het 14.30 uur van het begin is inmiddels veranderd in 19.00 uur en 30 graden en volle zon hebben plaats gemaakt voor hagelstenen zo groot als knikkers op het moment dan een vriendelijke ANWB-medewerker arriveert. Ook hij kan geen oorzaak vinden totdat hij met een soort van nonchalance even de bouten van het kleppendeksel aandraait. Oei! Beide bouten aan de voorzijde kunnen flink wat slagen maken. Zodra de bouten Eenmaal aangedraaid zijn, maakt hij  het blok met een doek schoon en start ik de motor. “Ja hoor, perfect, wat loopt’ie mooi!” hoor ik vanuit het vooronder. Geen idee waardoor de bouten los zijn geraakt, het deksel is al in geen jaren los geweest. Waarschijnlijk heeft de temperatuur, samen met een flinke dot gas er voor gezorgd dat er even een flinke plens olie gemorst werd.

De beste man adviseert me gewoon te gaan rijden en bij de volgende pomp even de controleren. En inderdaad blijkt er de nodige kilometers verderop niets aan de hand. Ik vervolg mijn weg nog enigszins stil en afwachtend maar als ik hem tegen 20.30 uur mijn garage in stuur klop ik even op het dashboard. Hoe kon ik ook aan mijn trouwe Giulia twijfelen…

You may also like

Leave a comment