Iso's antwoord op de Quattroporte: de Fidia

Dat er tegenwoordig genoeg concurrenten voor de Maserati Quattroporte zijn mag geen verrassing heten. In de jaren ’60 was dat wel anders en, zo kon je eerder deze week lezen, was de Quattroporte  de snelste sedan die er te koop was. Tot er enkele jaren na de introductie van de vierdeurs Drietand een concurrent ten tonele verscheen. Maak kennis met de Iso Fidia, die zijn loopbaan begon als Iso Rivolta S 4 300 en 350.

Maserati was met de Quattroporte de eerste in een segment dat tot die tijd eigenlijk amper bestond. Ja hoor, er waren luxe sedans, grote auto’s met veel ruimte en sterke motoren. Het sportieve element dat Maserati echter toevoegde aan haar auto’s zorgden voor een hele andere klasse, die van sportwagens met ruimte voor het hele gezin. Na enkele jaren was er plots een concurrent, eveneens uit het prachtige Italië.

Iso is een tamelijk onbekend merk dus een kleine stukje historie is wellicht aardig voor we over de hoofdrolspeler van dit bericht beginnen. Iso Autoveicoli S.p.A. werd opgericht in 1953 door Renzo Rivolta, nadat het de jaren ervoor niet alleen motorfietsen en scooters produceerde, maar ook koelkasten. In 1952 werd Iso bekend bekend vanwege de Isetta, een driewielig autootje dat in tal van landen in licentie is gebouwd. Wij kennen de ‘bubble car’ vooral als BMW Isetta. Renzo Rivolta leidde het bedrijf tot hij overleed in 1966, zijn zoon Piero was sindsdien de grote naam achter de fabriek.

In 1967 was het zoon Piero die Iso’s concurrent van de Quattroporte presenteerde op de Frankfurt Motor Show als Iso Rivolta S4 300 en 350 (afhankelijk van het motorvermogen). Een direct antwoord op de sedan van het merk met de drietand. Ontworpen door Giugiaro en gebouwd door Ghia, succes kon amper uitblijven zou je zeggen. Ook de krachtbronnen waren prima gekozen. Net als bij de veel bekendere Grifo kwamen de motoren uit Amerika. Voorin lag een 5.4-liter V8 van Chevrolet met een vermogen van 304 of 355 pk. De ‘instapversie’was leverbaar met een vierbak of een automaat, de 350 kon je ook kopen met een ZF vijfversnellingsbak. De 300 had 44 pk meer dan de Maserati Quattroporte zoals die enkele jaren eerder geïntroduceerd was. In 1969 kreeg de vierdeurs Iso de naam Fidia. Later, vanaf 1973, werd een iets minder sterke 5.8-liter Ford motor gebruikt die 325 pk leverde.

Helaas maakte de bijna vijf meter lange Iso een valse start.  De introductie kreeg een nare bijsmaak, want de auto’s waarmee de pers op pad kon, hadden allemaal behoorlijk last van ‘pingelen’. Dat was ook volop te lezen in de rijimpressies die in verschillende landen verschenen over de Iso Rivolta S4. Was er wat mis met de auto’s? Nee, alles behalve. Het bleek dat ten tijde van de persintroductie in Athene de kwaliteit van de Griekse brandstof waardeloos was en de vereiste octaanwaarden niet gehaald werden. Hierdoor liepen de Iso’s dus veel minder goed dan de bedoeling was. Het kwaad was echter al geschied.

De slechte eerste recencies werden deels  goed gemaakt toen John Lennon interesse toonde in de Iso en er niet veel later eentje aanschaftte. Het was het tweede exemplaar dat de fabriek verliet en de eerste met het stuur aan ‘de verkeerde kant’. Zelfs Lennon kon echter niet vermijden dat verkoopaantallen zwaar onder de maat bleven. Dit was deels ook te wijden aan de vormgeving van de auto die, in tegenstelling tot de tijdloze Grifo, erg smaakgevoelig en tijdsgebonden was.

Het zal wel duidelijk zijn dat de Fidia geen goedkope auto was om te produceren. De prijs lag riant boven die van de Maserati Quattroporte en kwam akelig dicht in de buurt van een Rolls-Royce. Iso wist het nog enkele jaren vol te houden, maar in 1974 was het gebeurd met het merk. De Fidia was toen nog steeds in productie; er waren inmiddels iets meer dan 190 exemplaren gebouwd. In de jaren ’90 is er nog twee keer een prototype gebouwd om te kijken of er nog een tweede kans mogelijk was voor Iso, maar verder dan die twee exemplaren is het nooit gekomen. Onderstaand model, de Grifo 90, was er daar eentje van.

Foto’s van de Iso Fidia komen van ClassicDriver.com.

You may also like

4 comments

  • Erik 16 november, 2012   Reply →

    Leuk om weer eens iets over Iso te lezen. De Fidia maakte niet alleen een valse start door decGriekse benzine. De bouwkwaliteit van de eerstecauto’s, die overigens toen nog S4 heetten, was ver onder de maat. Rivolta besloot de productie bij Ghia weg te halen en in eigen beheer te doen. De door Ghia gebouwdecauto’s wrrden zelfs van de klanten teruggekocht! Tegenwoordig zitten de prijzen van Iso Rivolta GT, maar vooral van de Grifo in een sterkbstijgende lijn. De Fidia blijft (nog) wat achter. Een tip voor de toekomst?

    • AutoItalia 16 november, 2012   Reply →

      De prijzen lijken inderdaad flink de hoogte in te gaan! Zelfs de Lele, lange tijd niet erg geliefd, gaat de hoogte in. Bedankt voor de aanvulling!

  • Fred 16 november, 2012   Reply →

    Maakt veel indruk zo. Wel lijkt het net of de voorkant van de auto en de achterkant niet helemaal bij elkaar horen, net of er vanaf de b-stijl een ander formaat werd aangehouden. Jammer uiteraard dat dit soort projecten niet meer kunnen tegenwoordig. Alhoewel, toen eigenlijk ook niet blijkt.

  • MG 20 november, 2012   Reply →

    De bouwkwaliteit van de latere auto’s was ook niet dat van de Grifo of Rivolta. Ik ben de mijne (1972) aan het restaureren en het is net alsof je aan een prototype aan het werken bent. Raamstijlen van de deuren moet je laten zitten bijv. je krijgt ze er alleen uit met een slijptol (bepaalde delen glas dus ook ;-)) Ze zijn met de hand gebouwd en echt elke auto is anders, breder, lager, hoger etc. Roest is een groot probleem net als bij alle auto’s uit die tijd, en dan helpen die stomme sponsjes die die Italianen in kokerbalken etc stoppen al helemaal niet (kwam die krengen ook al tegen in een 1967 Lancia). Interieur van de latere modellen is ontzettend mooi gedaan, alles leer en hout. Rijden doen ze geweldig! Wegligging is onovertroffen, wel nogal wat sturen in bochten maar erg leuk. Ik heb o.a. ook een Iso Isetta en dat is dan weer heel wat anders dan een Fidia.

Leave a comment