Test: Ferrari 412

In de twaalfcilinderstal staan 340 nerveuze Italiaanse raspaarden te trappelen van ongeduld. Ik mag het hek open doen en ze zelfs loslaten. Een ervaring om niet snel te vergeten, een rijdende kennismaking met de Ferrari 412. Een heel ander soort Ferrari dan de modellen die je af en toe in een mondaine omgeving nog wel eens tegenkomt, maar daarom niet minder een bijzondere ervaring. Vooruit met die paarden; avanti cavalli!

‘Trek maar eens lekker door, dat is-ie van mij wel gewend’, spoort Ferrari-eigenaar Peter me aan. Ik ben altijd wat terughoudend met andermans gekoesterde voertuig, maar de verleiding is groot. De V12 is lekker op temperatuur en accepteert gemoedelijk mijn spel met het gaspedaal. In het gewone verkeer valt me al op dat die kolos van een motor opvallend hoge toerentallen maakt, typisch Italiaans. Bij 120 km/u draait hij 3.500 toeren, maar iets minder dan bijvoorbeeld een Alfa Giulia bij dat tempo. Hij klinkt ook al bijzonder indrukwekkend als je pakweg zeventig in z’n drie rijdt. Heb je even de ruimte, dan zwelt het geluid aan van een heel diep bassende grom tot een bariton die flink uithaalt voor een aria. De grote Ferrari V12 is de Pavarotti onder de automotoren…
Ik probeer zo snel mogelijk vertrouwd te raken met deze imposante zanger. Dat is even wennen. Om te beginnen vereist de koppeling een stevige tred. Als je ‘m laat opkomen, schopt het pedaal je voet terug. Na een stevige rit hoeft het linkerbeen van de 412-rijder niet meer naar de sportschool. De stalen pook, met als knop een zwart bolletje, vraagt ook een ferme hand. Lastige bijkomstigheid is dat het ding vrij om z’n as kan draaien. Dat is eigenlijk niet de bedoeling. ‘Dat hebben ze allemaal’, vertrouwt Peter me toe. Op internetfora breken eigenaren van deze Ferrari’s zich het hoofd over een oplossing voor dit probleempje. Heerlijk, als dat je grootste zorg is, ben je een gelukkig mens!

WAT ME VERBAAST van de 412 is de achteras. Je zou bijna denken dat het een starre as is, maar dat blijkt niet het geval. Hij heeft onafhankelijke achterwielophanging, maar wel met twee Koni-schokdempers per wiel, waarop bovendien niveauregeling zit. Nooit geweten! Dit verklaart waarom deze Ferrari’s op foto’s vaak achter wat doorhangen, dan staat-ie al een tijdje stil, je ziet het zelfs in de folder. Revisie van dat systeem is kostbaar, het kan eigenlijk alleen bij Koni. Volgens diezelfde fora zijn er ook mogelijkheden om de zaak om te bouwen, maar ja, dat doe je toch niet? Nou, een beetje begrip heb ik er wel voor. Vooral als de boel nog koud is voel je de achterkant af en toe ‘schoppen’, maar ook op de snelweg maakt de achteras af en toe een klein hupsje. Onverwacht!
Even later heb ik echt volop de ruimte. Een stille zaterdagochtend, een vrijwel lege snelweg in het oosten des lands. Ik zeg niet precies waar en wanneer, anders krijg ik met deze publieke biecht misschien alsnog een vette prent en dat kan ik even niet hebben. Ik trek geleidelijk door; die V12 heeft zó veel vermogen en trekkracht en is ondanks zijn formaat zó graag bereid toeren te draaien, dat er geen eind aan lijkt te komen!

IK RIJ INMIDDELS 200 km/u. ‘En dan moet je nu eens gas geven!’ zegt Peter. Die durft… Ik draai de kraan nog wat verder open en de hel lijkt los te breken. De bariton staat op vol volume, die 340 paarden trekken me met volle kracht naar de horizon, in een mum van tijd staat er 220 op de klok. Ik hou het voor gezien; ik zie mijn rijbewijs al in rook opgaan. In dit korte tijdsbestek ben ik wel overtuigd van de ware aard van deze Ferrari. Vraag tien autoliefhebbers de ogen dicht te doen en te denken aan een Ferrari. Minstens acht hebben een brulijzer met middenmotor op hun netvlies. Een enkeling een echt klassiek model, maar de 412 of zijn voorgangers is daar meestal niet bij. Dit is een heel ander soort auto dan die racemonsters. Dit is er eentje in de categorie ‘Schat, zal ik vrijdag vrij houden, dan gaan we zaterdag even winkelen in Milaan, ’s avonds een opera in de Scala en zondag weer naar huis.’ Wedden dat ze ‘ja’ zegt? Voor zo’n rit leent de 412 zich bij uitstek, dat was al zo in zijn hoogtijdagen, maar in feite nog steeds.
Wat dat wel niet kost? Ben je nou helemaal, met dat soort banale vragen moet je natuurlijk niet aankomen. Zeker niet bij iemand voor wie een Ferrari een gebruiksauto is. Nou vooruit, voor een beetje goeie plek ben je in de Scala € 150 p.p. kwijt. O sorry, dat bedoel je niet? Gelukkig heeft de 412 een tank van honderd liter, dus op zo’n rit is één tankstop voldoende. In Milaan verkopen ze immers ook benzine, dus je kunt in Karlsruhe even lunchen en tanken. ’s Avonds eten in een klein zaakje met TL-verlichting, houten stoelen en tegels op de vloer, maar wel goddelijk voer. Wanneer zei je?

PETER IS EEN echte, een autoliefhebber vanaf zijn vroegste jeugd. Gelukkig is hij niet blind voor andere merken. Het Ferrari-virus kreeg ‘m onverwacht te pakken toen hij in 1974, op z’n 14e, in de beroemde rubriek Autogekken op zijwegen van Rolf ten Kate in Autovisie een reportage zag over een tot in het extreme gedetailleerde bouwkit van een 250 GTO. Die kit van het Franse merk AMR moest er direct komen en als ervaren modelbouwer heeft Peter die kit ook nog verbeterd; hij staat nog steeds in een kastje tussen andere modellen. Toen was het hek van de dam, voor die ene 308 die later in zijn dorp verscheen, fietste Peter graag een extra straatje om. Een eigen Ferrari zat er nog lang niet in, maar binnen een jaar na de oprichting werd hij al lid van de Ferrari Club Nederland. Tja, dan is het logisch dat de wens zelf een Ferrari te bezitten uiteindelijk niet is te weerstaan. We schuiven dan door naar 1999. Peter had de uitdrukkelijke wens een Ferrari te hebben volgens het klassieke stramien, dus met een V12 voorin. De keuze voor een 400/412 kwam eigenlijk door een artikel in het niet meer bestaande Engelse blad Fast Lane. Na wat zoeken ontdekte hij deze 412 in Duitsland, maar het kostte nog negen maanden voordat de koop rond was. De 412, waarvan de complete historie bekend is, werd ingeruild bij een handelaar die uitsluitend in gebruikte Aston Martins deed en net bezig was de tent te sluiten. De man had er helemaal geen zin in zelf die Ferrari te verkopen en bracht ‘m onder bij de dealer in Hamburg.

ABER… Voordat die dealer ‘m wilde aanbieden, moest de auto wel helemaal aan de hoge kwaliteitseisen van het bedrijf voldoen, wat resulteerde in een rekening voor wat achterstallig onderhoud van 18.000 DM. Verdammt noch Mal! Peter deed een bod, maar juist na die rekening vond de Aston Martin-man dat veel te weinig. De Ferrari werd alsmaar niet verkocht en na lang aarzelen werd het bod toch geaccepteerd en kwam de 412 op een trailer naar Nederland. Peter: ‘Ik wist intussen dat-ie toen echt heel goed was. Natuurlijk is Ferrari-rijden een dure liefhebberij, zeker met zo’n twaalfpitter, maar dat moet je je van te voren realiseren.’ De auto houdt zich al jaren uitstekend, maar gewoon onderhoud loopt aardig in de papieren. ‘Voor een gewone grote beurt, om de 20.000 kilometer, inclusief kleppen stellen en dergelijke, ben je ‘m vijf dagen kwijt. Los daarvan kom ik ook tussendoor nog wel eens bij Alex Jansen van Forza Service in Oss, een bedrijf waarin ik het volste vertrouwen heb. Dat heb je met zo’n auto; je krijgt vanzelf een band met de garagehouder die je troetelkindje verzorgt.’
Een blik onder de motorkap leidt tot enig begrip voor de omvang van die grote beurt. De V12 heeft alles dubbel. Twee verdelers, twee inspuitpompen, twee oliecircuits, elk met een oliefilter van formaat beschuitbus, twee keer twee nokkenassen en om bij die kleppenwinkel te komen, moet er nogal wat weg gesleuteld worden. Dat er dan dertien liter olie in gaat is maar een bijkomstigheid. Overigens is het ook bij een Ferrari zo dat veel minder belangrijke onderdelen afkomstig zijn van andere merken, die ze in grotere aantallen maken. Natuurlijk zijn de stengels aan de stuurkolom van Fiat (Uno, schat ik zo), maar ruitenwissers en elektrische buitenspiegelverstelling van BMW, dat is wel een heel verrassende keuze.

DE FERRARI 412 is een heel andere auto dan de meest tot de verbeelding sprekende modellen van het merk. Dit is zoals gezegd een herenauto voor snelle heren, maar toch, deze Ferrari’s waren in hun tijd bedoeld voor dagelijks gebruik. Er zijn ook nogal wat bekende snelle heren die ooit een 400 of 412 als gebruiksauto reden: Elton John, Mick Jagger, Rod Stewart, uiteraard Nick Mason, maar ook Asterix-auteur Alberto Uderzo, koning Hussein van Jordanië en Gianni Agnelli, telg uit de ‘Fiat-familie’. Nu is het een kostbaar en kostelijk bezit, waarbij specifiek de 412 alles in zich heeft om zich te kwalificeren als youngtimer. Klassiek wordt elke Ferrari vanzelf, dus deze ook. Práchtauto!

[nggallery id=93]

Ontwikkeling
• De 412 is de laatste variant van een Ferrari-model dat maar liefst zeventien jaar heeft meegelopen. De oerversie debuteert op de autosalon in Parijs, in 1972 als 365 GT4 2+2. Technisch is dit type nauw verwant aan de Daytona en de 365 GTC/4, die dan net zo’n beetje uit productie gaan. Ferrari ziet de 365 GT4 dus als een vierzitter. Als de inzittenden op de eerste rij niet al te veel ruimte eisen, kun je achterin zitten. Volgens de oude Ferrari-formule komt de typeaanduiding overeen met de inhoud van één cilinder, 365 cm3 dus. Maal twaalf wordt dat krap 4,4 liter. De oorspronkelijke 365 heeft als enige drie ronde achterlichten in een verdiept zwart vlak.
• Na 528 exemplaren verschijnt in 1976 de opvolger, de 400. Dat is – reken je mee? – dus een 4,8 liter. Als eerste Ferrari kun je ‘m kopen met een automaat. Die verre van verfijnde driebak van GM is eigenlijk een aanfluiting in een Ferrari. Maar ja, er is weinig anders dat met zoveel vermogen overweg kan. Natuurlijk komt de vraag naar een automaat vooral van de zeer belangrijke Amerikaanse markt, maar in Europa valt de vraag ook niet tegen. Er zijn 147 handgeschakelde 400’s gebouwd en 355 automaten. Tja, dat linkerbeen, hè?
• In 1979 krijgt de 400 vooral vanwege uitlaatgasemissieheisa injectie (Bosch K-Jetronic) en wordt het een 400i. Van deze meest succesvolle variant worden er 1.306 stuks geproduceerd, waarvan 855 ‘automatico’. In 1983 verdwijnt het matzwart bij de achterlichten en krijgt het interieur modernere schakelaars. Ook veranderen er nog wat details.
• In 1985 verschijnt de laatste variant, ‘onze’ 412. Dat maal twaalf en je krijgt 4.944 cc. Helaas ontbreekt er in werkelijkheid één kubieke centimeter. Vooruit, afrondingskwestie… De 412 heeft een iets diepere voorspoiler en de vier uitlaten komen via uitsparingen in de achterschort onder de auto uit. Het kofferdeksel ligt vrijwel horizontaal. Zo zit er dus boven de achterlichten aan de klep een strook plaatwerk; bij oudere versies loopt het deksel vanaf de achterruit in één rechte lijn schuin naar beneden, tot net boven de achterlichten.
• De testauto is afgeleverd op TRX-wielen, met de roemruchte bijbehorende Michelin banden. Door de afwijkende maten zijn dat de enige die passen. Peter houdt die originele wielen in ere, maar rijdt de 412 in de regel met vier voorwielen van een Testarossa. Die passen ook en ze zijn wel origineel-Ferrari. De schrijver had het niet in de gaten en dan mag het. De productie van de 412 stopt in 1989, na 576 exemplaren, waarvan maar 200 met deze handgeschakelde bak.
• Club: European Ferrari Club 400, www.f400club.com

Technische gegevens Ferrari 412
Motor: V12, 2 x DOHC, 4.943 cc, 340 pk/250 kW@6.000 tpm, 451 Nm@4.200 tpm. Transmissie: vijfbak of drietraps aut. Achterw.aandr. Banden: 240/55 VR 16 of 240/55 VR 415, TRX. L x B x H: 481 x 180 x 131 cm Gewicht: 1.805 kg Top: 255 km/u (Aut: 250 km/u) 0-100: 6,7 sec. (8,3 sec.) Verbruik: 13,3-29 l/100 km

Dit verhaal van Bart van den Acker werd eerder gepubliceerd in Youngtimer Magazine.

You may also like

5 comments

  • Michel 15 november, 2012   Reply →

    Ontzettend mooi zeg! Wat een gave kleur ook voor een 400, veel fraaier dan zwart/rood/grijs als je het mij vraagt. Top en leuke test!

    • AutoItalia 15 november, 2012   Reply →

      We zijn het helemaal eens wat betreft de kleur, in het echt is het nóg mooier!

  • F. Rivolta 24 januari, 2013   Reply →

    Ik behoor niet tot de grote groep die wegdromen bij een Ferrari. Ik vind het een merk, dat te veel lof wordt toegedicht. Te veel cliché. Echter, de 400/412, zeker in deze blauwe kleur, is voor mij een topper omdat het veel minder Ferrari is dan de rest van het gamma in zijn tijd. Ingetogen, stijlvol.

  • Peter Marrannes 16 september, 2013   Reply →

    Prachtige wagen. HHHUUUUMMMM. Zijn zulke auto’s nog te koop?

  • Eric-Jan Straathof 13 februari, 2014   Reply →

    Zeer fraaie automobiel en lekker verhaal van Bart. Krijg het idee dat ‘blauw’ het nieuwe ‘rood’ is 😉

Leave a comment