Test: Maserati 2.24V Biturbo

Op pad met een Maserati 2.24V. Het staat al jaren op mijn wensenlijstje en eindelijk is het zo ver. Een zwart exemplaar staat klaar om voor aan de tand gevoeld te worden en ik kan niet wachten om achter het stuur te kruipen. Bij aankomst staat Patrick Berends de Bella Nero (Black Beauty zeg je niet in dit geval) nog af te zemen. De lak glimt als mijn eigen voorhoofd na een bloedheet ritje in mijn eigen, van skai bekleding voorziene klassieker. De scherpe vormen van de Maserati steken bijna agressief af mijn vriendelijk ogende Alfa. Reeds stilstaand straalt de coupé dynamiek uit, alsof hij erom schreeuwt uitgelaten te worden. Een verzoek dat ik graag inwillig.

De Maserati oogt zeldzaam (en ongebruikelijk) ‘echt’. Geen slordige carrosserienaden, geen kleurverschillen, geen fratsen, niks. Dat het een 2.24V is maakt het extra bijzonder, want de 24-kleps tweedeursversie is bij ons amper verkocht. En al helemaal niet als 2.0 V6, met de kleinere motor voor de Italiaanse markt, vanwege de aldaar inmiddels verdwenen belastingwetgeving.

De vierzits coupé is voor het eerst op kenteken gezet in 1994 en daarmee een van de laatste 2.24V’s. Het is in feite een doorontwikkelde nazaat van de in december 1981 debuterende Maserati Biturbo. We zich in de ontwikkeling van deze auto’s verdiept, moet flink doorbijten, want het grote aantal varianten en aanduidingen maakt het er niet gemakkelijker op. Zo staat 2.24V voor 2-deurs, 2 x 2 bovenliggende nokkenassen en 24 kleppen.
De testauto is in 2000 vanuit Italië naar Nederland gekomen en heeft sindsdien dezelfde eigenaar. Een fantastische reputatie heeft deze exoot niet. De techniek is vaak onderwerp van discussie: kom je aan het sleutelen, kun je de portemonnee trekken en flink ook. Bij een blik in de machinekamer spookt een uitspraak door mijn hoofd die ik ooit eens van een Biturbo-eigenaar hoorde: ‘Een Maserati uit die jaren moet je kopen als je er drie kunt betalen…’ Wat niet zo ver bezijden de waarheid lijkt te liggen als je op het web of op papier op zoek gaat naar informatie. Het lastige is dat de techniek zeer complex is en om een monteur vraagt die elk schroefje van deze auto’s kent. En die vind je niet overal…

De gevoelige techniek staat me dus helder voor de geest als ik instap om voor het eerst in mijn leven met een Maserati te rijden… Volgens mijn verwachtingspatroon ligt de beleving ergens tussen die van een Ferrari 308 en van Lancia Delta Integrale EVO. Zodra ik de sleutel van de tweeliter twinturbo V6 echter heb omgedraaid, zijn dergelijke associaties meteen ver weg. De haren op mijn armen gaan recht overeind staan… Niet van het kabaal, niet van de onrust, maar van de bijzondere souplesse van de motor. Die klinkt bij niet al te hoge toerentallen alsof je met een stethoscoop naar je eigen hart luistert als je verliefd bent.
Alles, maar dan ook werkelijk álles is mooi afgewerkt met leder, suède en hout. De goed gevulde klokkenwinkel is afkomstig van Jeager. De hendels van verlichting en ruitenwissers zijn uit een Renault 30, zo blijkt. Karakteristiek is het analoge klokje, dat slechts licht gewijzigd tot op de dag van vandaag de tijd aangeeft in Maserati’s.
Op het dashboard liggen wat uitgedroogde blaadjes, een schelpje, een steen en andere dingetjes die ik nog nooit in een auto heb aangetroffen. De eigenaar heeft dit laten liggen na aanschaf, de vorige eigenaar heeft dit meegenomen tijdens zijn vele reizen naar Italië. Het hoort bij het verhaal van deze auto. De vele reizen naar het zuiden hebben hun sporen dan wel niet op de auto nagelaten, maar wel op de kilometerteller: de Maserati heeft er ruim 250.000 km op zitten, waarvan bijna 200.000 bij de vorige bezitter! Dertigduizend kilometer geleden is er een complete motorrevisie uitgevoerd, zodat het blok nu ‘als nieuw’ kan worden omschreven.

Kalm aan tot de zeven liters smeermiddel in het carter warm zijn. Ik schakel vlot door naar drie. Het begint op te vallen hoe degelijk de Maserati aanvoelt. Het kippenvel bezorgende motorgeluid – bij hogere toerentallen wordt het echt te opzwepend voor een gezonde hartslag – is het enige dat vanaf de werkplek te horen is. Geen kraakje of rammeltje voegt decibellen toe. Het enigszins plat liggende stuur went snel. Dat geldt ook voor de vrij zware bediening van de pedalen. Na een kilometer of tien te hebben gereden, verbaas ik me steeds meer over de degelijkheid; het beeld dat ik had klopt simpelweg niet.
Zodra de olie op temperatuur is, staan de 240 pk’s te popelen om ook een steentje aan mijn enthousiasme bij te dragen. Dat vermogen is in de jaren negentig nagenoeg ongekend voor een 1.996 cc motor. De twee turbo’s trouwens ook. De prestaties zijn zelfs voor 2010 zeer indrukwekkend: van 0-100 km/u in 6,1 sec en een top van 230 km/u! Tijd om het rechter pedaal helemaal richting schutbord te drukken en de veelbelovende cijfers uit de folder écht te beleven! Hoezo 240 paarden? Het lijkt er meer op dat er 240 woest met hun voorpoot gravende stieren aan het werk zijn die in hun achterste worden geprikt met een drietand. Ik houd mijn voet onderin en het complete Metropoolorkest lijkt de instrumenten erbij te pakken. Een schitterende baspartij zet de eerste tonen, al snel vallen de blazers bij.

Zodra de turbo’s druk hebben opgebouwd, schiet de Maserati er met enorme passen vandoor. Je moet echt de snelheidsmeter in de gaten moet houden om te zien hoe snel het werkelijk gaat. Voor een auto van zestien jaar oud (qua ontwerp nog ouder) is dit alles behalve vanzelfsprekend! Op de dijkweg dienen zich wat mooie bochten aan en ook daar voelt de Maserati zich prima thuis. Nee, messcherp sturen doet hij niet, maar hij laat zich wel lekker vloeiend en zeer gewillig in hoog tempo over de dijk sturen. Aangezien ik de Maserati in dezelfde schitterende staat wil inleveren waarin ik hem heb afgehaald, doe ik de dijkweg nog één keer op dezelfde manier. Om daarna weer van dit prachtige stuk Italiaanse techniek te genieten zoals zijn ontwerpers het hebben bedoeld: toeren onder begeleiding van schitterende motormuziek, met af en toe een prettig tussensprintje in de derde versnelling. In dat verzet lijkt de auto het namelijk het prettigst te vinden om afgeschoten te worden. De wegen zoeven onder de Maserati door, terwijl het orkest onvermoeibaar doorspeelt. Voortdurend hoorbaar, maar nooit hinderlijk.

Ja, ik ben behoorlijk verliefd geworden op de 2.24V. Het is een beetje zoals soms met vrouwen; je hebt eerst het idee dat het wél een schitterende dame is, maar niet zo prettig in de omgang. Na een uitgebreide kennismaking blijkt ze niet alleen nog steeds bloedmooi te zijn, maar ook een schat, ontzettend pittig ‘op de momenten’ en bovendien een tovenares in de keuken. In mijn hoofd maak ik al rekensommen over een auto verkopen, over… Het is weer eens een heftige discussie tussen die verstandige ene hersenhelft en die emotionele andere. Ik denk aan de uitspraak van de Maserati-eigenaar: nu een kleine tien mille voor de Maserati en tien mille reserve op de rekening, ‘voor het geval dat’. Voor 20.000 euro iedere dag in het prettigst mogelijke vervoer…
Ik besluit het maar bij dromen te laten. Met de zekerheid dat, wanneer de verliefdheid over een jaar nog niet over is, ik zo’n authentiek exemplaar niet meer tegenkom. Zo degelijk als een Mercedes-Benz? Geen denken aan, maar met wat reservegeld op zak en een goed exemplaar onder het zitvlak zit je lekker in je eigen stukje Italië. Vast niet verstandig, wel verdomd bellissimo!

[nggallery id=34]

Technische gegevens
Maserati 2.24V Biturbo
Motor: 1.996 cc, V6, 24V, 2 turbo’s, 2 intercoolers, 240 pk/177 kW@6.000 tpm, 333 Nm@3.000 tpm. Transmissie: vijfbak, achterw.aandr. Banden: 205/45 ZR 16. L x B x H: 406 x 171,5 x 138 cm. Gewicht: 1.323 kg, 0-100: 6,1 sec. Top: 230 km/u. Prijs 1994: € 52.000. Huidige prijs: minder dan € 10.000.

Biturbo en nazaten
Op 14 december 1981 (Maserati bestaat dan exact 67 jaar) debuteert de Biturbo. Voor de Drietand is het de terugkeer in de tweeliterklasse. De V6 (ontwikkeld uit de Citroën SM-motor) levert 180 pk. Genoeg voor 215 km/u en een sprint van 0-100 km/u in 6,5 sec. Intercoolers brengen het vermogen van modeljaar 1984 op 205 pk. De carrosserie is ontworpen door Pierangelo Andreani en de auto wordt geassembleerd bij Innocenti in Milaan. De vierdeurs 425 verschijnt eind 1983, de Spyder een jaar later. Voor de export is er vanaf najaar 1983 de 200 pk 2.5 V6 (die minder duurzaam lijkt te zijn dan de tweeliters).
Na de 425 komen er nog veel meer Biturbo’s met een cijferaanduiding: de 420, 422, 4.18V, 4.24V, 228, 430 en zijn er dan vast nog enkele vergeten. Soms zit er logica in die nummers. De in 1988 gepresenteerde 222 bijvoorbeeld, de directe nazaat van het oermodel, heeft 2 deuren, 2 liter en is door een faceliftje stap 2 in de Biturbo-ontwikkeling. De 2.24V is ook een coupé, met 2 liter en 4 kleppen per cilinder. De 4.18? Vierdeurs, toch 2 liter, nu met 18 kleppen in totaal. Hoezo logisch?
De licht gefacelifte serie II (1991) heeft een katalysator en levert 5 pk in. In 1994 is het na 2.303 222’s en 2.24V’s gedaan met de coupé in zijn laatste levensfase. Van de laatste verse van de 2.24 zijn er 254 gebouwd. De al in ’92 verschenen Ghibli is de opvolger.
Zie www.maserati.com, kopje ‘Heritage’ en pijnig je hersens met de wir-war aan modelnamen, produktiejaren en varianten. Bij andere sites en boeken hetzelfde verhaal…

You may also like

11 comments

  • R Kroon 4 juni, 2012   Reply →

    Heb zelf een tijdje een 4.24 gereden. Heerlijke auto, ik onderschrijf je verhaal. Ik heb de 4.24 indertijd ingeruild voor een AR 2600 spider vanwege de hoge (onderhouds)kosten van de “Tridente”. Heb daar nog wel eens spijt van !!

    • Carlo 4 juni, 2012   Reply →

      Bedankt voor uw reactie! Ondanks dat er misschien af en toe nog wat spijt voorbij komt kan ik me een slechtere ruil voorstellen! De 2600 is nog in bezit?

      • R Kroon 6 juni, 2012   Reply →

        Jazeker. Bevalt prima, heb echter wel wat geld moeten investeren (de kokerbalken) en de auto opnieuw laten spuiten.

  • Albert 13 juli, 2012   Reply →

    Heb exact de zelfde sinds gisteren in mijn bezit, heerlijke auto idd. Mooi geschreven test!!

  • Fred 14 november, 2012   Reply →

    Wat leef ik met jullie mee dat jullie hiervan een test ‘moesten’ maken. Mooi stukje hoor, leuk geschreven!

    • Carlo 14 november, 2012   Reply →

      Dank Fred, ik heb het voor de lezers van AutoItalia gedaan… Helemaal geen eigenbelang!

  • Hans 13 januari, 2013   Reply →

    Het is een heerlijke auto! ik rijd er nu al geruime tijd dagelijks in.
    leuk om mijn auto hier te zien staan.

    • AutoItalia 17 januari, 2013   Reply →

      Hans, wat leuk om te horen dat de nieuwe eigenaar de weg naar AutoItalia heeft gevonden! Mocht je ons een leuke update over de ervaringen willen geven dan zien we graag een mailtje verschijnen!

  • charles 23 februari, 2013   Reply →

    ik ben nu in het bezit van een oerbiturbo coupe, wat mn derde maserati is na een 2.24v en een 430. leuk verhaal en zeker geen onzin. als je een doorgewinterde klusser bent is het onderhoud goed te doen en betaalbaar. het helpt ook als je weet waar je je spul vandaan moet halen want via de verkeerde kanalen kost het een rib uit je lijf. technisch zijn deze wagens (mits verstandig behandeld) behoorlijk houdbaar, zoals ook in het verhaal staat is er driftig leentjebuur gespeeld bij andere fabrikanten en zijn delen uitwisselbaar, rondkijken loont. de achilleshiel van de biturbos is de zekeringkast/electrische installatie. de eerste klus die je moet uitvoeren als je een biturbo aan hebt geschaft is de zekeringskast uitbouwen, demonteren en doorsolderen. het gros van de problemen van de wagens ontspruit daar. voor iemand die nog nooit heeft gereden in een biturbo, zo’n wagen is echt een boel lol, maar pas op bij nattigheid/gladheid. tevens zal het comfort verrassen

  • Ton Dekker 6 april, 2013   Reply →

    Mooi testverslag van deze prachtige Maserati. Heb zelf sinds maart 2011 een 2-deurs Biturbo van juni 1983. Een heerlijke auto om in te rijden; toen ik een proefrit maakte was ik meteen verliefd op dat mooie geluid dat de 2.5-V6 maakt! Moest in het begin wel wennen aan het schakelpatroon. Gebruik hem niet dagelijks. Heb wel wat kleine ( technische) problemen met de auto, maar hij start altijd!

  • Sunil khusial 31 januari, 2017   Reply →

    Ik ben ook van plan om eentje te kopen. Een 2.24v van 1991. Ik wou wat meer info hebben over deze auto. Kan ik jouw misschien bellen.

Leave a comment